Er werken opvallend weinig mannen bij feministische organisaties. Dat blijkt uit onderzoek van het Onderzoeksbureau voor Inclusie. ‘Die organisaties zouden dan ook een boete moeten krijgen, omdat ze niet voldoen aan regelgeving omtrent de verhouding tussen mannen en vrouwen’, zeg Rodney Brunswijk, die voorzitter van het onderzoeksbureau is.

‘Het is natuurlijk al erg genoeg dat zulke organisaties bestaan’, zegt Brunswijk, ‘Inclusie betekent dat je alle stemmen moet horen, maar niet dat de stem van ons mannen gesmoord moet worden.’ En zoals iedereen weet is dat precies wat feministische organisaties wel doen, zo blijkt ook uit het onderzoek. Slecht 7% van de managementposities bij organisaties voor vrouwenrechten wordt bekleed door een man, en als het wel een man is, is het meestal een transgenderman.

Rodney Brunswijk is terecht boos

‘En dat kan natuurlijk niet’, zegt Brunswijk die terecht boos is. ‘Dat gaat alle perken te buiten. Mannen verdienen het ook om een maatschappelijk relevante positie in te nemen in dit zeer relevante debat. Ze hebben thuis al niks te vertellen, en dan zijn we straks ook onze positie in het bedrijfsleven kwijt. Dat kan nooit de bedoeling van inclusiviteit zijn.’

Het ministerie gaat nu ook de Vrouwenrechtenclubjes onder de loep nemen. ‘We gaan die dames aandachtig bekijken’, zegt een woordvoeder, ‘en nemen dan een beslissing over hun houdbaarheid.’ En dat is een goede zaak vindt voorzitter Brunswijk: ‘Dan zijn we weer een beetje terug zoals het hoort. Want nu hebben die feministische clubjes veel te weinig mannen in dienst. Wat precies de reden is dat zo weinig bereiken en zich niet aan de regels houden.’

Door redactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.